vrijdag 4 april 2014

Gedicht van Stadsdichter Jasper Mikkers ter nagedachtenis aan de grote bioloog Henk Kuiper



ROEP DE BOOMVALK NA


                in memoriam Henk Kuiper




wanneer de groene glans je treft van keizervliegen  
je het tie-wie-wie beluistert van de tureluur
je een vleermuis boven water aan een tak ziet wiegen
een varenblad ziet steken uit een muur


wanneer je perzikkruid ziet groeien tussen stenen
muggen om elkaar ziet dansen in de zon
op een kiezeldak een zandraket ziet brekebenen
ereprijs ziet bloeien op beton


wanneer je zoemen hoort of zingen
een geur opvangt van thijm of linde in de lente
kringelingen ziet van twinkelende waterdingen


wanneer je voor een ogenblik je pas inhoudt omdat
een vorm je opvalt, een geluid of kleur
van koningskaars of berenklauw
appelvink of kleine karekiet
judasoor of zonnedauw
heermoes of margriet
putter of roodborsttapuit
heggemus of watersnip
heksenmelk of fluitekruid
jacobsvlinder of oranjetip
haagwinde of hop
bijenwolf of egelskop
teunisbloem of stekelbrem
amberboom of meelbes
pyjamawants of watersnuffel
gele morgenster of gaasvlieg
keep of Turkse tortel
dikkopje of wintervlinder
vlaamse gaai of grote lijster
gele lis of waterlelie
korensla of wederik




wanneer je ziet wat hij met oog en lens heeft vastgelegd
met pen een plaats gaf in het leven van de stad
zoals de bundelzwam en groene specht
zebraspin en Spaanse aak
waterhoen en gele plomp
pimpelmees en paardebloem
dagpauwoog en kokerjuffer
vliegenzwam en zomertortel
dwergvleermuis en distelvlinder
pinksterbloem en blinde bij
hermelijn en hazelaar
duizendblad en driehoeksmossel
kaasjeskruid en rietgors
kleine leeuwenbek en roek
tijgerspin en bekermos


vertel het hen!


roep de boomvalk na en ganzen in hun vlucht
schrijf het met urinestralen in het zand
op dassenpad en reeënwissel bij het oversteken


en heb je het verteld aan al wat leeft op land
schrijf het met wolkenletters in de lucht
met schelpen op het strand


schrijf het met vingertoppen in de oeverrand
met je tenen op de bodem van rivier en beken
met je schoenpunt in de aslaag van een heidebrand


en als je het niet zeggen kunt of zingen, neurie het
of blaas het op trompet vanaf een toren
want laat het, laat het ieder horen:
hij is niet weg


hij is niet weg
hij bleef in alles wat er wortelt en beweegt
door zijn kijken, schrijven, foto’s maken, noemen
hebben muren, richels, goten, wegen
bewoning door natuur gekregen




hij is overal, want overal is leven
de kunst tot kijken heeft hij ons gegeven
in ons kijken kun je hem herkennen


hij sloot de ogen
maar hij is niet weg
hij gaf ons zijn gezichtsvermogen
hij is in alles wat we zien





P.S. De in dit gedicht genoemde dieren en planten komen voor in twee boeken van de hand van Henk Kuiper: Tilburg, daar leeft meer dan je denkt en Piushaven levende have, stadsnatuur onder de loep.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen